maandag 14 september 2015

Op pad (2)




Ze zitten daar samen en hebben een mooi plekje
 tussen de rotsen uitgezocht. Italiaanse dames,
vriendinnen, zussen of buurvrouwen op leeftijd.
Ze kijken naar de zee, praten en lachen.
De golven trekken en duwen als ik uit het water kom
en het steile strand op klim.
'Dat deed ik vroeger ook zo, zegt een van hen,
 maar nu met mijn oude benen...'
Ze lacht en vervolgt: 'ik val al om als ik aan die golven denk
 en zit hier veilig!' Ik begrijp haar, ook al spreek ik de taal niet.
Iets verderop vind ik een plekje om te zitten, een mooie platte rots.
Het water spoelt rond mijn benen,
 en het spat op tegen mijn boek.
 Bij een hoge golf til ik het boek wat hoger, en lees door.
De dames zien het, knikken naar me en lachen erom.


Een paar dagen later belt ze me op.
 Ik vraag hoe ze het heeft en hoor haar hart juichen.
 'We zijn aan het strand en kijken naar de zonsondergang.
 Dat doen we iedere avond. straks lopen we nog even naar de vloedlijn'.
Zij en haar vriendinnen weten het ook,
hoe tijd en aandacht je hart kunnen vullen.
 En kijken naar mooie dingen.
Ik heb het niet van een vreemde...

woensdag 9 september 2015

Op pad



Wie met een heel gezelschap op reis gaat,
kan de noodzaak voelen om geregeld uit de groep 
te breken en alleen op pad te gaan.
In je daagse goed, zonder vakantie outfit,
met die bloemetjestas die je thuis ook meeneemt 
wanneer je naar de stad gaat.
Look like a local.
Geen Birkenstocks, maar sandaaltjes. 
Zonnehoed thuislaten, en zonnebril op, consequent.

Hele verhalen Italiaans kun je horen. Tegen jou.
Alsof je weet wat er bedoeld wordt, glimlach je. 
En dan: Scusi, non parlo Italiano!


Een best-leuk-om-naar-te-kijken-meneer draait het raampje 
van zijn wagen omlaag en vraagt de weg.
Ik vul maar in dat hij dat zegt. 
Soms mag dat, invullen voor een ander.
De weg weet ik niet. 
Maar de zon schijnt, en ik ben in ItaliĆ«. 
Op pad.


Ik schuif naast een oude dame op 
de grijze stenen bank in de schaduw.
We kijken naar iedereen die voorbij komt. 
Ik heb het warm, en de waterfles is bijna leeg.
 Zelfs de espresso die ik staande aan een barretje (zoals het hoort)
gedronken heb gaf geen nieuwe energie.
Dan maar een praatje. 
In mijn beste Nederlands vraag ik de vrouw of zij hier woont, 
en ik gebaar naar de huizen die kleurig boven ons zijn.
Een heel verhaal krijg ik, en dat ze me niet begrijpt.
Geeft niks. 
We zitten, en we zitten goed daar in de schaduw. 
Of ik bambini heb, vraagt ze.
Ik schud mijn hoofd. 
Geruststellend klopt ze me op de arm.
Dat komt wel goed, kind.
Ik bedenk dat ik niet hoef te vertellen dat
 dat niet meer komt, die bambini.
Ik glimlach naar haar en weet dat ik er veel in mijn hart draag.
 En dat is genoeg.
Op mijn vraag of zij bambini heeft knikt ze instemmend.
Maar die zijn al groot.
Natuurlijk, maar vertel me over hun kinderen,
en misschien nog een generatie. 
Het klinkt zo mooi, dat Italiaans...


Op een verrassende manier weer opgeladen sta ik op. 
Bedank haar voor het praatje.
We lachen naar elkaar, en ik zwaai nog even.
Hoe een beetje tijd en aandacht weer
 geven wat je nodig hebt...

La dolce vita!